Van Ottawa naar Québec: bonjour les Francophones!

Van Ottawa naar Québec: bonjour les Francophones!

Na een stevige portie cultuur in Ottawa, was het tijd om onze rondreis verder te zetten. Volgende halte: Québec. Maar voor we Québec verkenden, besloten we nog even het berglandschap en de natuur op te zoeken. We bezochten Mont-Tremblant en Shawinigan, van waaruit we het Parc National de la Mauricie bezochten. Een wereld van verschil met het Fransgezinde Québec, waar we ons even in Europa waanden. Een beter einde van onze rondreis konden we ons dan ook niet wensen.

Hello mountains!

Na een kleine twee uurtjes op de autosnelweg veranderde het uitzicht plots in een prachtig natuurlandschap. Er doken torenhoge bergen op, omgeven door prachtige wouden en aanlokkelijke meren. We besloten om even halt te houden in het skiresort Mont-Tremblant, dat bekend staat om z’n berglandschap en een overvloed aan meren en rivieren. We huurden er een roeibootje en verkenden al roeiend de omgeving. En wat was het daar mooi. Omdat het stadje vooral populair is tijdens de wintermaanden, was het er behoorlijk rustig en we waren dan ook een van de weinigen die het water opzochten. ’s Middags bezochten we ook het aangrenzende stadje en genoten we van een lekkere lunch in het centrum. Het Parc National du Mont-Tremblant is bovendien het oudste nationale park van het land en is fantastisch mooi om de natuur in te trekken.

’s Avonds logeerden we in een afgelegen b&b’tje midden in de natuur. Zo ver je maar kon kijken zag je bomen, rivieren en … ook een hertje op z’n tijd. Fantastisch! We kwamen er even op adem in het zwembad en genoten van de natuur. In een door muggengaas omgeven tent weliswaar, want de muggen waren er echt in overvloed. En na die behoorlijke betenallergie een weekje voordien besloten we die muggen toch maar te ontwijken. De volgende dag genoten we van een heerlijk ontbijtje en zetten we onze route verder naar Shawinigan.

Bonjour les Francophones!

In Shawinigan, net op de grens van het prachtige Parc National de la Mauricie logeerden we bij de meest gastvrije man ter wereld, of dat was althans de indruk die wij kregen. Hij verwelkomde ons in het salon met een heerlijke glaasje rode wijn en we voelden ons onmiddellijk thuis. Al was het Frans toch soms een beetje een uitdaging, want het Québecois is behoorlijk pittig als je het Europese Frans gewoon bent. Inwoners van Québec zijn bovendien behoorlijk chauvinistisch als het op hun regio aankomt, en dat vertaalt zich dan ook in hun vele Franse gewoontes. Zo wordt bijna elk Engels woord naar het Frans vertaald en is zelfs het internationale stopbord daar plots ‘arrèt’.

Onze monsieur gaf ons een rondleiding in z’n gezellige huis en had echt aan alles gedacht. Wanneer we ’s avonds laat thuiskwamen na een gezellige avond in het nabijgelegen stadje, kwam hij ons vertellen dat hij de jacuzzi speciaal voor ons had opgewarmd en dat we toch echt nog even naar buiten moesten. En daar zeiden wij natuurlijk geen neen tegen. Na een typisch Canadees ontbijtje namen we afscheid en trokken we op zijn aanraden naar het Parc National de Mauricie. En wat was dat een avontuur.

Op insectenjacht in Parc National de la Mauricie

Dit nationale park (dat dit jaar dankzij het 150-jarig bestaan volledig gratis was), ligt net tussen Québec-stad en Montréal. Je vindt er oneindig veel meren en kan er dan ook fantastisch zwemmen of kanoën. Maar ook wanneer je liever niet de bossen intrekt, geeft de 63 kilometer lange parkweg je een goed idee waarom het park zo enorm populair is. De weg brengt je langs dunne weggetjes, metershoge bomen en prachtige uitzichten. En dus moet je toch echt wel de auto verlaten, al was het maar om er een foto te nemen.

Wij besloten om er, ondanks de vele muggen, toch de bossen in te trekken, want zo erg kon het toch ook weer niet zijn. Dachten we. Goed ingeduffeld en met behoorlijk wat insectenspray besloten we 13 kilometer onze beentjes te strekken. En dat viel in het begin behoorlijk goed mee. Tot dat we dieper in het bos terechtkwamen en omsingeld werden door muggen. Even stilstaan voor een slokje water of een foto was dan ook bijna ondenkbaar en dan hadden we nog de vele hoogtes en laagtes niet meegerekend. En alsof de wandeling nog niet lastig genoeg was, werden we plots ook nog eens verrast door een reusachtige regenbui. In de gietende regen strompelden we nog zo’n 7 kilometer door de modder, tot we na zo’n drie-en-een-half uur zwoegen het park opnieuw verlieten. De gezichten van de bezoekers op de parking spraken dan ook boekdelen. Maar hé, we hadden wél het park verkend.

Van Ottawa naar Québec: bonjour les Francophones! Van Ottawa naar Québec: bonjour les Francophones! 

Bonjour et au revoir: Québec City!

Waar we echter geen rekening mee gehouden hadden, was dat de aanwezige muggen recht door onze kleren heen beten. Ik telde ’s avonds maar liefst 33 muggenbeten en kon opnieuw aan een pillenkuur beginnen, aangevuld met ijskoude baden om de zwelling toch iets tegen te gaan. Tja, Canada had het dit jaar echt wel op mij gemunt. Gelukkig was Québec wonderlijk mooi en kon ik m’n gedachten (aan de verschrikkelijke jeuk) toch behoorlijk verzetten. In Québec City waan je je dan ook echt in een typische Franse stad en vergeet je bijna dat je je op zo’n 5000 kilometer van huis bevindt. Le Vieux-Québec behaalde met z’n prachtige culturele gebouwen zelfs een plaatsje op de Werelderfgoedlijst van UNESCO. En dat is meer dan verdiend.

Het hoger gelegen deel Haute-Ville was vroeger voorbehouden aan de hogere klasse. Dat zie je dan ook duidelijk aan de prachtige gebouwen zoals het hotel Château Frontenac aan de Terrasse Dufferin, van waaruit je een wondermooi zicht hebt op de aangrenzende rivier. Basse-Ville was dan weer de woonplaats van het ‘gewone’ volk en dat vertaalt zich in gezellig dunne straatjes waar altijd iets te beleven valt. Ik was er meteen fan van de authentieke winkeltjes en cafeetjes, die heel wat historische waarde hebben. De meeste gebouwen dateren dan ook uit de 19e eeuw en zien er nog steeds hetzelfde uit. Omdat de stad niet heel erg groot is, raad ik je dan ook aan om er te verdwalen in de vele straten en pleinen en te genieten van de vele indrukken. Zo kom je er ongetwijfeld gebouwen als de Basilique-Cathédrale Notre-Dame-de-Québec tegen en stop je best eventjes voor een hapje op Rue du Petit-Champlain.

Met pijn in het hart moesten we na een fantastische tijd opnieuw afscheid nemen van het oh zo mooie Canada. Maar een ding staat vast, het zal voor altijd een van onze favoriete landen blijven. En we gaan er zonder twijfel ooit nog eens terug.

Van Ottawa naar Québec: bonjour les Francophones! Van Ottawa naar Québec: bonjour les Francophones!Van Ottawa naar Québec: bonjour les Francophones!

Geef een reactie